de stofzuiger – vacuum cleaner

Mijn dochtertje voelt zich heel belangrijk als ze de stofzuiger mag gebruiken.
My little daughter feels very important when she may use the vacuum cleaner.


de stofzuiger – vacuum cleaner
het stof – dust
zuigen – to suck
stofzuigen – to vacuum, to hoover

mogen – can, be allowed to, may (ze mag)

Ways of making comparison

1. comparative adjective + dan:
Die boek is interessanter dan deze

2. even + adjective + als. This is just as English “as … as”:
Zijn auto is even groot als het mijne – His car is as big as mine.

3. net zoadjective + als. This construction is more emphatic than the previous one:
Mijn huis is net zo mooi als de zijne – My house is just as lovely as his.


even – as, just
net – just, exactly

Comparison of adjectives

The comparative form of an adjective is made by adding the -er ending.

Dat huis is groter dan dit – That house is larger than this one.
Zijn tuin is mooier dan de mijne – His garden is more beautiful than mine.

Mind the spelling:
grootgroter
dik → dikker

-er is added to all the adjectives, regardless of the number of syllables:
Die film is interessanter dan deze – That film is more interesting than this one


If an adjective ends in -r, then -der is used to form the comparative form:

lekker → lekkerder
duur → duurder
mager (thin, slim) → magerder
ver (far) → verder


Comparative adjectives add the ending -e according to the same rules as ordinary adjectives when they consist of two syllables:

Wij hebben en grotere tuin nodig – We need a bigger garden.
Zij hebben een kleiner huis gekocht – They have bought a smaller house.

Notice: kleiner does not add -e as it precedes a neuter singular noun with een.

Comparative adjectives of 3 or more syllables do not add -e:

Ik heb een interessanter film gezien – I have seen a more interesting film.

Adjectives in front of the nouns

When an adjective follows a noun its usual form is used:
De auto is klein. Deze boeken jizn duur. Jouw tuin is mooi.


When an adjective is placed in front of a noun, an -e ending must be added:

de kleine auto
deze dure boeken
jouw mooie tuin.

Mind the spelling change:  duur → dure, groot → grote, wit → witte, dik → dikke


No -e is added to an adjective when:

1. it is goes before a neuter singular noun without an article:
Het weer → mooi weer
Het water → koud water

2. A neuter singular noun us preceded by een, geen, veel
een aardig meisje
geen groot huis
veel warm water


Adjectives which end in -en never add -e. Examples:
gebroken – broken
gesloten – closed
gouden – golden
houten – wooden
open
zilveren

een houten bed – a wooden bed
de zilveren ring – the silver ring


linker (left) and rechter (right) never add -e, but almost always are joined to a noun that follows them:
de linkerarm – the left hand
de rechterhand – the right arm


If a noun is ommitted, an adjective still adds -e according to the rules above:
–  Koop je een jurk?
– Ja, ik neem de rode.

– Neemt u een groot glas wijn of een klein?

Di3m Week 7 vocabulary

linker – left
rechter – right

gebroken – broken
gesloten – closed
gouden – golden
houten – wooden
zilveren – silver

gissen – to guess (to estimate)
het erg vinden – to mind
Ik vind het niet erg – I don’t mind
donker – dark
de douche – shower
de gordijn – curtain
herinneren aan – remind of
ineens – suddenly
de kamer – room
de ketel – kettle
de keuken – kitchen
het ligbad – bath
de mens – person
de muur – wall
nieuwsgierig – curious (inquisitive)
prachtig – splendid
het raam – window
schilderen – to paint (to decorate)
de slaapkamer – bedroom
trek hebben in  – to feel like
ik heb trek in een kopje koffie – I feel like a cup of coffee
het uitzicht – view
het vloerkleed – carpet (rug)
vooral – especially
de woonkamer – living room
het ziekenhuis – hospital
zoals – like (so as, as)


de kop – 1. cup, mug 2. head
de koe – cow
de rij – row, queue
de kam – comb
de ster – star
de ring – ring
de woning – flat
de anderen – the others
de arts – doctor
de auteur – author
dagenlang – for days
de dokter – doctor
elk – each, every
het gezin – familiy
gezond – healthy
de hoest – cough
hoesten – to cough
de kat – cat
het katje – kitten
klinken – to sound
lijken – to seem
de pil – pill
het recept – prescription, recipe
rennen – run
slikken – swallow
tegenwoordig – nowadays
het toetje – pudding
vreemd – strange
vreselijk – terrible
de wachtkamer – waiting room
wakker – awake
wakker blijven – stay awake
wakker houden – keep awake
wekenlang – for weeks
vers – fresh

Past participles of weak verbs

Past participles of most of the weak verbs are formed as follows:
ge + stem + t as in gemaakt
ge + stem + d as in gewoond

-t is added to stems ending in p, t, k, s, f, ch.
infinitive (stem) → past participle
hopen (hoop) → gehoopt
praten (praat) → gepraat
koken (kook) → gekookt
missen (mis) → gemist
blaffen (blaf) → geblaft
kuchen (kuch) → gekucht

In Di3M they offer to memorize  p, t, k, s, g, ch using the mnemonic of ‘t kofschip.
However, I find it easier to memorize the mnemonic offered by dutchgrammar.com
which is pocket fish 🙂

Spelling note: Doubled consonants never appear in the end of the Dutch words, so if a stem already ends in “t”, no extra -t should be added. See “praten → gepraat” in the list above.

All the other weak verbs add -d to the stem:
horen (hoor) → gehoord
bellen (bel) → gebeld
branden (brand) → gebrand

Spelling note: a second -d should not be added if a stem ends in “d”.
See “branden → gebrand”.


Weak verbs which have prefixes be-, er-, ge-, her-, ont- and ver- do not form their past participles with the prefix ge-. These verbs are called inseparable, and their prefixes are also called inseparable. However, either -d or -t is still added in the end of a stem:
bedoelen (bedoel) → bedoeld

n case if a stem ends in “d” or “t” the past participle matches the stem in spelling:
verbranden (verbrand) → verbrand

pocket fish rule doesn’t work with the verbs which have a “v” or a “z” in infinitive and the stem ending in -f or -s. In these cases -d should be used to form the past participle and not -t:
geloven (geloof) → geloofd
verhuizen
(verguis) → verhuisd

redelijk – reasonable, reasonably, rather
klinken – to sound (die naam klinkt me bekend – that name sounds familiar to me)
geweldig – 1. awesome, great 2.tremendous, enormous 3. terrific, fantastic, wonderful
ongeveer – more or less, around, about, roughly.
Dat is het – That’s it.

Mijn weekend was gevuld met drank. – My weekend was filled with booze.

Er werd veel gedronken – There was much drinking.

vullen – to fill (up)

de wetenschap
– science
politiek wetenschappen – political sciences


Q:
1. Waneer ben jij hier naartoe gekomen?
2. Waneer ben jij hierheen gekomen?

A: Ik ben drie jaar geleden hier naartoe gekomen.

geleden – ago, back, before, previously, earlier
hierheen – here, over here, this way.


Waarom wou je Nederlands studeren?
Waarom wilde je Nederlands studeren?

Ik ga proberen je te helpen met je Nederlands.


Q: Vind je het Nederlands een moeilijke taal?

A:
1. Ik vind het Nederlands niet moeilijk.
2. Ik vind het Nederlands geen moeilijke taal.


Q: Hoe lang zul je in … wonen?
A: Mijn studies duren nog drie jaar, maar wat daarna komt wet ik nog niet.

Q: Aan welke universiteit studeer je?
A: Ik studeer aan de universiteit van …, niet die in M…., maar de universiteit op N…straat.

Q: Ken je Tom?
A: Ik ken Tom niet, maar ik ken wel andere mensen, die Nederlands spreken vooral Vlamingen en een van hen is een ex collega van me (van mij).

collega (kollega) – workmate
vooral – especially, particularly
Vlaming – Fleming


Q: Hoe lang denk je in … te blijven?

A:
1. Ik denk dat ik in … blijf voor minstens twee jaar.
2. Ik denk dat ik voor minstens twee jaar in … blijf.


tenminste – at least
minstens – at least