Fiets vs. rijwiel

I noticed that two words for “bicycle” are used on the signs in the streets of the Netherlands. One is fiets and the other is rijwiel:

U kunt uw (brom)fiets stallen aan de overkant of rechts om de hoek. (Brom)fietsen worden verwijderd.

U kunt uw (brom)fiets stallen aan de overkant of rechts om de hoek.
(Brom)fietsen worden verwijderd.

Geen rijwielen plaatsen - No placing for bicycles

Geen rijwielen plaatsen – No placing for bicycles

I wonder what the difference is. There’s a Wikipedia article about “fiets”. If I look for “rijwiel”, I get redirected to the same article about “fiets”. My knowledge is not enough to get through the article, but according to what I could get the word “rijwiel” should no longer be in use.

I should get back to this article later, maybe after I am done with
Di3m.

Adding a few words from the article to my vocabulary:

de wetgeving – legislation
kennen, kende, gekend – to know, to be acquainted with
de hulp – help, assistance
terwijl – while, whereas
nooit – never, certainly not
behalve – except, besides, in addition to
dan – then, than

Advertisements

U kunt uw (brom)fiets stallen aan de overkant of rechts om de hoek. (Brom)fietsen worden verwijderd.

U kunt uw (brom)fiets stallen aan de overkant of rechts om de hoek.
(Brom)fietsen worden verwijderd.

U kunt uw (brom)fiets stallen aan de overkant of rechts om de hoek.
(Brom)fietsen worden verwijderd.


U kunt uw (brom)fiets stallen aan de overkant of rechts om de hoek.

1. You can store your moped/bicycle on the opposite side of the street or right around the corner.

2. You can store your moped/bicycle on the opposite side of the street or to the right from the corner.

I am not quite sure if 1. or 2. is correct.


overkant – other side, opposite side (e.g. of a street)
de bromfiets – moped
de fiets – bicycle
het brom – buzz
stallen – store, to garage, put up/away


(Brom)fietsen worden verwijderd.

Mopeds/bicycles will be removed
verwijderen – to remove

Slechts en slecht

The spelling of these two words is so similar that I started wondering if there’s any good reason for that. When I compare their English equivalents I see no connection. This might take a while to figure out.

slechts – only, merely, just
slecht – bad, poor

Di3m Week 2 vocabulary

een beetje – a bit
bijna – almost
daar – there
eigenlijk – actually, really
de etalage – shop window
het is geen gezicht! – it’s not a pretty sight!
het haar – hair
de jurk – dress
kaal – bald
mejuffrouw – Miss
natuurlijk – natural (naturally, of course)
normaal – normal
nou! – well!
de pruik – wig
de rok – skirt
tenminste – at least
verschrikkelijk – terrible
versleten – worn-out
wat jammer! – what a pity!
wel nee – oh no
zie je – do you see

de wolf (wolven) – wolf
het dak (daken) – roof
het glas (glazen) – glass
het schip (schepen) – ship
de stad (steden) – town

de bezem – broom
het laken – sheet
de tante – aunt
de ambitie – ambition
de tram – tram
het perron – platform

het blad (bladeren) – leaf
het ei (eieren) – egg
het lied (liederen) – song
het volk (volkeren/volken) – nation, people
het been (beenderen) – bone
het been (benen) – leg

de biografie (biografieёn) – biography
heel – very
jazeker – indeed
kieskeurig – choosy, fussy
luistert u eens – listen here
moeilijk – difficult
de oom – uncle
over – about
de roman – novel
saai – boring, dull
weet ik veel? – how do I know?

Female nouns

-in (plural: -in+nen, e.g.: boerinnen)
de boerin – female farmer, farmer’s wife
de leeuwin – lioness
de Rus, de Russin – Russian man/woman
de koning, de koningin – king, queen

-es (plural: -es+sen, e.g.: leraressen)
de leraar, de lerares – teacher (m/f)
de prins, de prinses – prince, princess

-esse (plural: -esse+n, e.g.: secretaressen)
de secretaris, de secretaresse – secretary (m/f)
de bibliothecaris, de bibliothecaresse – librarian (m/f)

-e (plural -e+n or -e+s) Unstressed.
de student, de studente – student (m/f)
de telefonist, de telefoniste -telephonist (m/f)

Engels, Engelse – Englishman, English woman
Nederlands, Nederlandse  – Dutch man, Dutch woman

-ster (plural -ster+s)
de schrijver, de schrijfster – writer (m/f)
de verpleegster – nurse (m/f)

 

 

Op een servet: “Wij bewaken de kwaliteit van onze producten”.

A note on a napkin at a railway station fast-food.
Op een servet: “Wij bewaken de kwaliteit van onze producten”.
On a napkin: “We monitor the quality of our products”.


het servet – napkin
bewaken – to watch, to guard, watch
de kwaliteit – quality
het product – product